22 mei 2018

Vadertje lief

Vadertje lief

Het is mei 1958, ze is 16 jaar en zit in de trein van Den Haag naar Groningen.

Voor het eerst dat ze in haar eentje zo’n reis onderneemt. Ze is onzeker en weet eigenlijk niet zo goed wat haar in Groningen wacht. Ze is op weg naar haar veel oudere halfzus, een mooie en trotse vrouw die in Groningen als prostituee haar geld verdient..

Haar is door haar ouders opgedragen om in Groningen precies te doen wat haar wordt gezegd en pas terug te komen als zaken geregeld zijn. Zwijgend en zonder verder iets te vragen heeft zij haar ouders gehoorzaamd. Zij is murw, intens verdrietig en verbijsterd. Het is nog maar een paar dagen geleden dat haar vriend haar zonder pardon heeft laten weten niets meer met haar te maken te willen hebben toen zij hem vertelde dat zij hun kind verwachtte. Totaal ontredderd heeft zij zich door hem buiten de deur van zijn ouderlijk huis laten zetten. In dezelfde ontredderde toestand is zij naar huis gelopen waar zij verwachtte dat zij en haar ongeboren kind, ondanks alles, gekoesterd zouden worden. Maar dat gebeurde niet. Haar ouders waren net zo verbijsterd als zij. Haar moeder was zelf hoogzwanger van haar 5e kind en haar vader zat meer zonder dan met werk. Zij werden wanhopig bij het idee dat er nog een mondje om te voeden bij zou komen in hun krappe Haagse bovenhuis.

Daags hierna is haar moeder op bezoek gegaan bij de verwekker van het kind van haar kind en kwam daar vandaan met de opmerking dat hij in ieder geval voor de kosten op ging draaien. Zij, onwetend met haar 16 jaren, had geen idee waar haar moeder het over had.

En nu zit zij dus in de trein. Nog steeds kan ze niet geloven dat zij en haar kind zo aan de kant zijn gezet door de liefde van haar leven. Maar ze kan niet echt nadenken, het is alsof er een dikke mist in haar hoofd zit.

Ze haalt de envelop, die haar vader haar op het laatst overhandigde, uit haar tas en kijkt er peinzend naar. Als ze het tegen het licht houdt kan ze vaag een biljet van 25 gulden onderscheiden en een briefje.

Bij haar zus aangekomen overhandigt zij haar zwijgend de envelop. Door de ontzette reactie van haar zus die volgt op het lezen van het briefje van hun vader, vouwt zij onbewust en beschermend haar armen over haar buik waar het prille leven in zit. En daar, terwijl de mist in haar hoofd op trekt, wordt haar duidelijk waarom zij in Groningen is. Haar ouders, ten einde raad, waren ervan uit gegaan dat haar zus, die ‘in het leven zit’, wel een adresje zou weten waar zij zich van haar vrucht kon laten ontdoen met behulp van het biljetje van 25. Niemand zou het hoeven weten, Groningen lag ver van Den Haag. En zij, met haar 16 jaren, zou er vast snel overheen komen.

Het is mei 1958, ze is 16 jaar en zit in de trein. Van Groningen naar Den Haag. Met dezelfde envelop en hetzelfde biljetje van 25 gulden. Maar met een heel ander briefje, gericht aan hun vader.

En het prille leven zit nog steeds veilig in haar buik.

Thuis aangekomen leest haar vader de brief en trekt haar in zijn armen. Mompelend dat dit kind ook wel groot zou worden.

Er wordt verder niet meer over gesproken.

Weken later leert zij een man kennen. Op de Nederlandsche Handelsbank. Hij is klerk en zij is koffiemeisje. Zo op het oog is er niets wat hen verbindt. De enige overeenkomst die hen vreemd genoeg tot elkaar aan trekt is dat zij beiden ongelukkig zijn met het leven wat zij leiden. Hij door zijn kille en koude thuissituatie waar elk straaltje warmte ontbreekt .En zij door de uitzichtloze situatie waarin zij verkeert en het bodemloze verdriet dat als een angel in haar hart zit.

Er ontstaat een stil verbond tussen beiden. Hij wordt door haar geraakt doordat zij, ondanks alles, een sprankelende en positieve persoonlijkheid behoudt. De kilheid die hij altijd voelt verdwijnt in de nabijheid van haar warmte. Hij laaft zich daaraan en ziet langzaam maar zeker, een toekomst voor hun beiden weggelegd

Zij voelt zich gestreeld door zijn aandacht en zijn galante voorkomendheid. Hij is lief en raakt verliefd op haar, ondanks dat zij zwanger is van een andere man.

Als zij 6 maanden in verwachting is, doet hij haar een voorstel voor een gezamenlijke toekomst. Maar, stelt hieraan wel de volgende absolute voorwaarde:

Het kindje in haar buik mag nooit weten dat hij niet de vader is. Vanaf het moment dat zij ingaat op zijn huwelijksaanzoek, is het kind in haar buik van hem. Van hun tweeën. Elke gedachte en herinnering aan de biologische vader, die klootzak, moet worden uitgebannen. Zij mag geen enkele gedachte meer aan hem verspillen en hij zal van het kind houden en voor het kind zorgen als was het zijn eigen kind. Hun eigen kind.

Na enige aarzeling gaat zij akkoord. Hij houdt van haar, en zij vindt hem lief en betrouwbaar. Een goede vader voor haar kind. Haar liefde voor hem zal vanzelf gaan groeien en floreren als zij samen een leven gaan opbouwen.

Hierbij negeert zij het grote gat in haar hart. Bant, volgens afspraak, elk gevoel en elke gedachte aan de ander uit. Dat deel van haar ziel wordt ter plekke kil en zwart.

En zo geschiedde…. Zij trouwen. En in het kille zwarte gedeelte blijft het verboden gevoel op de loer liggen. Genegeerd, dat wel, maar het verandert en beschadigt haar.

Uiteindelijk heeft de komst van dit kind, een dochter, vele levens veranderd en beïnvloed. Ze groeit op en krijgt nog 2 zusjes en een broer. Geen flauw idee wat er aan haar geboorte vooraf is gegaan, beleeft zij een zorgeloze jeugd met een vader die dol op haar is. Dat zij een totaal ander uiterlijk en innerlijk heeft dan de anderen binnen het gezin wordt steevast afgedaan met grapjes. ‘Van de melkboer’, is daarbij de meest gehoorde. Verder staat zij er niet bij stil: waarom zou ze?

Zo verglijden de jaren. Het geheim, blijft een geheim.

Het is 2008. Ik ben 49 jaar en even met mijn vader aan de praat in een andere ruimte dan de rest van het gezelschap Ik zie dat mijn moeder mijn lief apart neemt. en Als ik weer binnen kom zie ik hem in volledige verwarring, en mijn moeder die zich handenwringend en nerveus van hem afkeert. Er hangt een vreemde sfeer in de kamer die me onbehaaglijk maakt.

Wij vertrekken en ik vraag hem meteen wat er aan de hand is. Hij vertelt me dat zij hem iets moest vertellen wat mijn vader en mij aangaat, en wat ik allang had moeten weten. Het had lang genoeg geduurd. We piekeren ons samen suf over wat mijn moeder kan bedoelen. Inmiddels zitten we in de auto en terwijl ik peinzend naar buiten kijk, draait zich een film in mijn hoofd af. Ik bezit erg veel verbeeldingskracht dus alle mogelijke scenario’s gaan aan mij voorbij.

Buiten glijdt er wolk voor de zon en het wordt donker en kil. Ik kan een rilling niet onderdrukken. IJzig word ik en alle alarmbellen in mijn hoofd gaan af. Er bestormen mij veel gedachten, maar één gedachte haakt zich vast. Waarom gaat dit over mijn vader en mij en waarom had dit allang aan mij moeten worden verteld? Het zal toch niet zo zijn dat mijn vader mijn vader niet is? Mijn vader en ik? Ik en mijn vader? Het beneemt me de adem en mijn lief, die mij met mijn gedachten met rust heeft gelaten, kijkt ongerust opzij. Ik spreek mijn bange vermoedens uit. Hij zet meteen de auto aan de kant en kijkt me aan alsof ik gek ben geworden. Hij stelt me gerust, want mijn ouders zouden me toch niet zo lang voor de gek houden, zo zijn ze niet! De tranen wellen op in mijn ogen, want ik ben bang en er ontsnapt mij een kreun. Daar in de auto stelt mijn lief het niet meer uit: hij pakt zijn mobiel en belt mijn moeder. Ik zit bijna ademloos naast hem. Hij windt er geen doekjes om. Hij zegt haar dat hij haar nerveuze verhaal van een uurtje daarvoor niet van zich af kan zetten. En dan, omdat hij niet wijzer wordt uit haar warrige en ontwijkende antwoorden, stelt hij zonder omwegen de vraag der vragen: “Is haar vader, haar vader niet?”

Voor hij het antwoord hoort, knipoogt hij even ter geruststelling naar me. En dan wordt hij spierwit en ik zie hem slikken.

Ik wend me af en hoor niets meer. Ik kijk naar buiten, waar het regent. Papa! Jij en ik, ik en jij.

Mijn lief trekt me naar zich toe en vraagt of het met me gaat. Ik weet het niet, ik ben verdoofd. Hij brengt me thuis, keert om en gaat mijn moeder halen. Ik zit thuis, te wachten. De gedachten tuimelen door mijn hoofd. Hoe kan dit? Wat is er gebeurd? Waarom hebben ze me dit niet eerder verteld? Waarom is mijn leven een leugen?

Ze komen binnen. Mijn moeder kijkt me aan, zakt door haar knieën op de grond en begint hartverscheurend te huilen. En ik? Wat doe ik? ‘Doe wat!’ schiet het door mijn hoofd. ‘Troost haar! Zeg wat!’ Maar ik kan dit niet. Ik kijk naar een tragedie, zit op de eerste rij en speel tegelijkertijd zelf de hoofdrol.

Uiteindelijk dwing ik mezelf haar beet te pakken en te troosten. Ze omarmt me en zegt dat het haar zo spijt. Er is vooralsnog geen plaats voor mijn eigen verdriet en ontsteltenis. Ze vertelt me haar verhaal. Ze vertelt me wie mijn biologische vader is. Alles wat ze nog weet. Hoe knap hij was, dat ik zo op hem lijk, dat hij haar in de steek heeft gelaten. Hortend en stotend komt het verhaal eruit. Na al die jaren staat elk detail van hem in haar hart gegrift. Ze verklaart me ook dat ze het nooit aan mij of wie dan ook mocht vertellen van mijn vader. Nooit! Dat was haar belofte aan hem. Daar moest zij zich aan houden. Hij heeft haar getrouwd, ondanks dat ze zwanger was van een ander. De ultieme kans voor een goed leven voor mij, haar kind. En dit was het enige offer wat zij moest brengen.

Waarom vertelt ze het me nu wel? Ze legt uit dat ze het niet meer voor me kon verbergen. Het werd te groot, groeide als een kwaadaardig gezwel. Ze kon het niet meer aan om met dit grote geheim te leven. Ze heeft lang, te lang, geaarzeld met het vertellen van deze waarheid omdat ze bang was me kwijt te raken. En omdat zij het mijn vader had beloofd, lang geleden. We praten en praten.

Haar verhaal is hartverscheurend. Ik stel haar gerust dat ik haar nooit in de steek zal laten. Dat ze een geweldige moeder is, mijn vader een geweldige vader. Ze zucht opgelucht, droogt haar tranen en omhelst me stevig.

Hoe nu verder? Ik zeg haar dat ik die avond nog met mijn vader wil praten. En dat dit zo snel mogelijk aan zussen en broer moet worden verteld. Hoe moeilijk ook: Zij hebben er ook recht op dit te weten.

Mijn moeder kijkt me aan. Haar ogen vullen zich weer met tranen. En zegt dan aarzelend en met schorre stem tegen mij, haar liefdeskind, dat mijn zussen en broer het al jaren weten….

En dat niet alleen. De hele familie is op de hoogte. Alles en iedereen.

De wereld om me heen vernauwt zich, ik zie alleen maar die groene natte poelen die mijn moeders ogen zijn. Mijn hartenklop suist in mijn oren. Ik merk niet dat mijn moeder naar huis wordt gebracht. Mijn hele lijf vult zich met boosheid. Die boosheid wordt een verzengende bal. Ik ga achter mijn laptop zitten en stuur alle medeplichtigen een mail. Rauwe woorden vullen het scherm. Ongecontroleerd, zonder nog eens na te lezen verzend ik mijn bericht. Niet veel later gaat de telefoon. Mijn broer. Die met een brok in zijn keel probeert uit te leggen dat hij en mijn zussen geen keus hadden. Uit respect voor onze ouders zijn ze hun belofte om niets te vertellen nagekomen

Geen keuze? Er is altijd een keuze!

Respect? Ik schreeuw waar dan het respect voor mij, hun zus, was? Wat is dit voor wespennest aan leugens? Ik kwak de telefoon neer. En schreeuw uit pure wanhoop en frustratie.

Een paar maanden na de onthulling heeft alles een plekje gekregen. Gesprekken met alles en iedereen gevoerd, en de wond laten helen. Ik word weer rustig.

Want achter die vreselijke wrok en woede, dat alles leek te verteren, is daar die liefde. Die liefde van mijn familie voor mij die gewoon hetzelfde is gebleven en niet is veranderd. Die liefde van mijn vader, die niet is veranderd. Het maakt niets uit hoe ik genetisch in elkaar zit. Mijn zussen en mijn broer zijn mijn zussen en mijn broer. En, mijn vader is mijn vader!

Mijn bijzondere en fantastische vader is inmiddels overleden. Ik ben blij dat wij dit nog hebben kunnen delen.

En verder…. Ik ben Marty Bax. Dochter van Fred en Atie Bax.

Niet meer en niet minder.

VOEG EEN REACTIE TOE

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Help jij mee?

Deel Je Verhaal wil graag in alle wijken van Parkstad de bewoners verbinden door het helpen organiseren van een podiumbijeenkomst voor en door de wijk.

Vind jij dat ook een super idee?
Ga dan naar de website van Iba door op bovenstaande foto te klikken en geef een hartje aan ons idee: Het verhaal van de mens in de wijk als waardebron voor onze toekomst!

Openheid verbindt

Wij geloven dat openheid de wereld mooier maakt.

Verhalen verrijken, verbroederen, verlichten, steunen, geven, inspireren oftewel, zijn de bron voor de richting die we gezamenlijk willen gaan.

Help jij mee ? Klik op:  Ja graag!

Deel Je Verhaal – Intro

Trefwoord

Podium 2018

8 februari Tilburg
26 februari Heerlen
24 mei Tilburg
28 mei Heerlen
6 september Tilburg
24 september Heerlen
26 november Heerlen
29 november Tilburg

Klik hier voor de uitgebreide agenda.

ACHTER DE SCHERMEN

DJV ook in jouw stad?

In Tilburg is in 2017 ook een Deel-Je-Verhaal-team aan de slag gegaan!

Kijk hieronder voor hun videoverhalen.

Ook in jouw stad een team starten? Superfijn! Klik  hier  voor de info!

Tilburg video’s